Nieuws
Gepubliceerd op feb 15, 2022
Laatste update 30.03.2022

·

Digitale soevereiniteit: de kernbegrippen

Voor 65% van de Franse bedrijven is digitale soevereiniteit een grote uitdaging (1). De natie van de digitale onafhankelijkheid, die moeilijk te omschrijven is, groeit gestadig naarmate de grote internetspelers (GAFAM in de Verenigde Staten en BATX in China) hun macht opdringen en de gebruikers steeds afhankelijker maken van hun oplossingen, en op deze manier de concurrentie met staten aangaan. De “monocultuur” tendens van digitale middelen brengt echter strategische, economische, politieke en ethische uitdagingen mee, vooral met betrekking tot het gebruik van de door gebruikers verstrekte persoonsgegevens. Dit is waar het begrip digitale soevereiniteit zijn entree doet: deze heeft als doel staten, bedrijven en individuen hun digitale onafhankelijkheid en controle over hun eigen gegevens terug te geven. Uitleg.

 

Wat is digitale onafhankelijkheid?

Een soevereine staat is een onafhankelijke staat, “waarvan de grenzen worden erkend door de internationale gemeenschap” en die “bestuur en jurisdictie” heeft over zijn eigen bevolking (2). Vertaald in de digitale sfeer is dit begrip echter moeilijker vast te leggen. Digitale soevereiniteit verwijst in het algemeen naar het feit dat een staat of organisatie gezag heeft om voorrechten uit te oefenen in de cyberspace, maar heeft tevens betrekking op concretere kwesties, zoals technologische afhankelijkheid of beheersing van persoonsgegevens van gebruikers.

De beweging voor digitale soevereiniteit die ongeveer tien jaar geleden ontstond beoogt een deel van de macht terug te winnen die in de digitale ruimte wordt uitgeoefend, en die de oprichters al in een heel vroeg stadium als buiten de controle van de staten beschouwden. De Onafhankelijkheidsverklaring van Cyberspace die in 1996 werd gepubliceerd verklaart namelijk dat regeringen geen gezag hebben in dit ecosysteem (3). Zeer snel hierna werd de soevereiniteit van de staten aangevochten door de opkomst van de digitale globalisering, die nationale grenzen en wetten negeert en die de machtigen van het web de gelegenheid geeft om hun eigen regels op te leggen en die zelfs kunnen uitgroeien tot “gedematerialiseerde naties”. Enkele voorbeelden in die richting zijn: de benoeming van Denemarken, in 2017, van een ambassadeur bij de GAFA (4), of de (toegegeven) term “kolonisatie” steeds vaker terugkomt om de houding van deze multinationals tegenover “werkelijke” landen te kwalificeren.

De digitale soevereiniteit die uit deze constatering voorkwam ontstond in de loop van de jaren 2000. In Frankrijk werd de uitdrukking al in 2008 door Pierre Bellanger gepopulariseerd en vervolgens gedefinieerd in het boek, La Souveraineté numérique in 2014. Sindsdien wordt zij gebruikt door politieke spelers – zoals de minister van Binnenlandse Zaken Michèle Alliot-Marie, die in 2009 wees op de noodzaak om ” de digitale soevereiniteit te waarborgen” en “het toepassingsgebied van de rechtsstaat uit te breiden tot de digitale ruimte” (5). In 2013 werden door de Snowden-affaire (de onthulling van de massale afluisterpraktijken van de NSA) de risico’s aan het licht gebracht verbonden aan het gebrek aan governance van de digitale ruimten. Vervolgens werd door het Facebook – Cambridge Analytica schandaal in 2015 het frauduleus gebruik benadrukt hoe de persoonsgegevens van de gebruikers door multinationale platforms werden benut die weinig gaven om vertrouwelijkheid.

Digitale onafhankelijkheid is voortaan een goed verankerde kwestie. Dit blijkt uit concrete beslissingen op Europees niveau gericht op het ontwikkelen van soevereine Cloud-oplossingen en lokale zoekmachines (waaronder het Franse bedrijf Qwant) en op het aansporen van Europese bedrijven om zich onafhankelijker op te stellen ten opzichte van de grote transnationale webspelers en om te kiezen voor nationale oplossingen. Dit geldt vooral voor bedrijven die gevoelige informatie verwerken, en dit is de kern van de uitdagingen met betrekking tot de digitale soevereiniteit van deze organisaties. 

Wat zijn de grootste uitdagingen van de digitale onafhankelijkheid?

Het zoeken naar een werkelijke digitale onafhankelijkheid berust op twee grote kwesties voor bedrijven: strategische en ethische.

Een strategische uitdaging

De pandemie heeft de noodzaak van de onafhankelijkheid van bedrijven ten opzichte van transnationale cloud-oplossingen nog meer heeft benadrukt. Het is voortaan urgent dat zij een vorm van digitale onafhankelijkheid ontwikkelen om de controle te behouden over hun data (die van henzelf en van hun klanten). Deze grote webspelers zijn namelijk onderworpen aan regelgevingen die tegen de strategische belangen kunnen ingaan van de organisaties die ervan gebruik maken. Een voorbeeld: de GAFAM moeten voldoen aan extraterritorialiteitsregels, zoals bepaald door de Cloud Act die de Amerikaanse regering toegang verleent tot data die worden gehost door nationale bedrijven, inclusief op hun servers gevestigd buiten de Verenigde Staten!

Dit houdt in dat de vertrouwelijkheid van deze informatie in geen geval kan worden gegarandeerd. Aangezien 92% van de in het Westen geproduceerde data in de Verenigde Staten (6) gehost worden, vormen deze wetten een bedreiging voor de belangen van de bedrijven.

Een ethische uitdaging

Digitale soevereiniteit geldt ook voor individuen en beoogt hun recht op privacy te beschermen. Dit geldt vooral in gevallen waar gevoelige data worden toevertrouwd aan operators: bankgegevens, gezondheidsinformatie, financiële data enz.

De extraterritorialiteitsregels zijn niet de enige oorzaak. Data kunnen namelijk nadat zij door bedrijven zijn verzameld worden doorverkocht aan reclamebedrijven of aan instellingen met politieke doeleinden zoals bleek uit het Cambridge Analytica schandaal (persoonsgegevens van kiezers werden gebruikt om hun stemgedrag te beïnvloeden).

Gebruikers zijn zich steeds meer bewust van de verwerking van hun persoonsgegevens (69% van de Fransen is verontrust over de manier waarop zij worden benut (7)). De bedrijven hebben er dus baat bij om deze informatie met zorg te beschermen.

Waarom hebben bedrijven er baat bij de soevereiniteit van hun data te verzekeren?

Ten opzichte van deze uitdagingen wordt de volgende vraag gesteld: waarom hebben bedrijven er concreet baat bij zich te interesseren voor digitale soevereiniteit? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

  • Om hun data te beschermen. Dit geldt vooral voor bedrijven die gevoelige data verwerken in bedrijfssectoren zoals defensie, gezondheidszorg, veiligheid, banken, verzekeringen, de industriesector enz. Maar in feite houden alle persoonsgegevens een risico in, omdat zij kunnen worden gestolen of te kwader trouw worden gewijzigd of benut. Zoals we eerder zagen kan hun vertrouwelijkheid niet worden gegarandeerd wanneer zij bij de webgiganten zijn ondergebracht. In Europa worden de data daarentegen beschermd door continentale wetten zoals de GDPR.
  • Om gebruikers gerust te stellen. De Fransen zijn zich in hoge mate bewust van de problemen verbonden aan de verwerking van hun gegevens: 49% van hen heeft zich al afgevraagd in welk land hun persoonsgegevens worden opgeslagen. 44% heeft vertrouwen indien een Franse of Europese speler hun gegevens verwerkt (tegen 2% voor Amerikaanse spelers!). 66% verklaart te willen afzien van digitale diensten indien zij geen duidelijk idee hebben over de manier waarop hun data (7) worden gebruikt en opgeslagen. Er is duidelijk een leidend principe waarin het zoeken naar een werkelijke digitale onafhankelijkheid een argument wordt voor bedrijven om zich van anderen te onderscheiden.
  • Om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse oplossingen en de wijzigingen die hieraan onderhevig kunnen zijn (ten opzichte van hun intern beleid of met als doel een nationale wetgeving toe te passen). Daartegenover staan de voordelen verbonden aan het gebruik maken van plaatselijke spelers: proximiteit, luisterbereidheid, reactievermogen en veiligheid.

(1) “Digitale soevereiniteit”, Hewlett Packard, 2020.

(2) Definitie in het Franse Larousse woordenboek.

(3)“Onafhankelijkheidsverklaring van Cyberspace”, John Perry Barlow, 1996.

(4) “Le Danemark nomme un ambassadeur auprès des GAFA”, artikel in het Franse tijdschrift La Tribune, 2017.

(5) “Définition et enjeux de la souveraineté numérique”, artikel op de Franse website Vie Publique, 2020.

(6) “European Digital Sovereignty”, Oliver Wyman, 2020.

(7) “Les Français et la souveraineté numérique”, Ifop-enquête voor het Franse bedrijf OVHcloud, 2021.

Artikelbijdragers
Share on email
Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook

Gerelateerde artikelen

Gedeeld medisch dossier: zal het digitale gezondheidsboekje binnenkort essentieel worden in Frankrijk?

Nieuws

nov 21, 2018

Per sector

Financiële Diensten

Kritieke infrastructuur

Gezondheidszorg

Overheid

Energy

Luchtvaart & defensie

Per afdeling

Marketing & Inkoop

R&D en techniek

Risicobeheer & compliance

Finance

Legal

Human Resources

Informatiebeveiliging